Latissimus dorsi

Latissimus dorsi

Brede rugspier

Deze grote, platte spier kan pijn veroorzaken in een relatief groot gebied. In het schouderblad, de middenrug, aan de voorkant van de schouder, in de hele arm tot aan de vingers.

Daarnaast kan hij klachten veroorzaken in de flanken en net boven de heuprand. Uiteraard hoef je niet al deze plekken te voelen. Pijn in het middelste gedeelte van de rug wordt vaak door deze spier veroorzaakt en over het hoofd gezien.

Vaak voel je de pijn opkomen bij bewegen en wordt het minder in rust. Deze spier raakt ook overbelast als er tevens onderrugklachten zijn, bij zware lichamelijke arbeid of als er een gebroken rib in het spel is (geweest).

Zelfbehandeling

Deze oefening kun je staand, zittend of liggend uitvoeren. Pak de spier met je duim en vingers vast, ter hoogte van het onderste puntje van je schouderblad en zoek daar naar een gevoelig of pijnlijk punt. Masseer de spier tussen je vingers. Ga met een massagebal tegen de muur staan en zoek dezelfde plek op. Leun in op het triggerpoint en masseer het punt door steeds een klein stukje door je knieen te zakken. Waarschijnlijk moet je iets schuin tegen de muur staan. Ook liggend op je zij, kun je inleunen op de massagebal.

Rek- en strekoefening


Als je met je gezicht naar een muur staat, dan buig je vanuit de heupen naar voren. Plaats vervolgens je handen op schouderbreedte tegen de muur en ‘hang’ een beetje in je schouders totdat je een rek voelt. Hou je hoofd ontspannen tussen je bovenarmen en adem rustig door. Staand kan het ook door je arm helemaal uit te strekken over je hoofd naar de andere kant. Als je extra effect wilt kun je het been aan dezelfde kant schuin achter je zetten.

Latissimus dorsi

.Om rekening mee te houden:

  • Paresthesiën in de arm komen regelmatig voor – indien dit het geval is test dan ook de dermatomen, spierkracht en reflexen C6/7/8 om neurologische problemen uit te sluiten. Zie hiervoor de Masterclass Neurologische screening
  • Gevoelloosheid en tintelingen in de arm komen veelvuldig voor en triggerpoints in de Latissimus dorsi kunnen een cervicale zenuwbeklemming simuleren.
  • Bij lage rugpijn is er altijd een samenspel met de thoracale fascia.
  • Deze spier wordt vaak over het hoofd gezien bij pijn in de midden rug.
  • Deze spier is vaak aangedaan na een gebroken rib.
  • Triggerpoints in de Teres major kunnen zorgen voor triggerpoints in de Latissimus dorsi.
  • Stretchen van de spier roept vaak geen herkenbare pijnklachten op.

Fasciale aandachtspunten:

  • Dat de Thoracolumbale fascia altijd betrokken is bij lage rugpijn is logisch als je weet hoe ver de vezels van de fascia zich uitstrekken. Er is een oppervlakkige en een dieper gelegen laag. Deze staan in direct contact met een aantal belangrijke spieren. De Erector spinae, de Quadratus lumborum, Abdominis internen en transversus, Trapezius, Latissimus dorsi, Serratus posterior inferior en de Rhomboideus.
  • Volgens Schuenke (2012) is de fascia in dit gebied in zeer veel verschillende richtingen gestructureerd wat, samen met de contractiele eigenschappen van de fascia, volgens Schleip et al. voor de rompstabiliteit zorgt.
  • Deze spier is direct, of via de TL-fascia verbonden met de ruggenwervels, de ribben, het bekken en de humerus.

Komt vaak samen voor met:

  • Geen bijzonderheden.

Viscerale symptomen:

  • Niet bekend.

Overbelasting:

  • Sporten als zwemmen, balsporten zoals handbal, baseball, golf en kogelstoten.
  • Boven je hoofd werken.
  • Net buiten je bereik werken.
  • Klimmen.

Functie:

  • Stabiliseren van de romp en het bekken.
  • Lumbale extensie.
  • Extensie, adductie en Interne rotatie van de arm.
  • Is betrokken bij depressie van de schouders.
  • Is betrokken bij de ademhaling.

Antagonisten:

  • Infraspinatus.
  • Teres minor.
  • Deltoideus.
  • Biceps brachii.
  • Coracobrachialis.
  • Supraspinatus.
  • Scaleni.
  • Trapezius.

Synergisten:

  • Subscapularis.
  • Pectoralis major.
  • Teres Major.
  • Deltoideus.
  • Triceps brachii.
  • Coracobrachialis.

Origo:

 

  • Processus spinosi T7-T12 (doornuitsteeksels).
  • Fascia thoracolumbalis (lumbale fascie).
  • Crista iliaca (bekkenrand), Costae IX-XII (ribben 9-12)

Insertie:

 

  • Crista tuberculi minoris humeri (kam van kleine knobbel opperarmbeen)

Innervatie:

 

  • N. thoracodorsalis (borstrugzenuw) (C6-C8)

Spiertesten:

 

  • Isometrisch: Arm adductie tegen weerstand
  • Excentrisch: Gecontroleerde arm abductie
  • Functioneel: Voorwerp naar beneden trekken

ADL-activiteiten:

 

  • Jas aantrekken
  • Broek optrekken
  • Deur dichttrekken

Contra-indicaties:

 

  • Acute schouderluxatie
  • Recent thoracaal trauma
  • Ribfracturen

Leuk weetje:

  • Uit onderzoek blijkt dat het niet mogelijk is om langer dan 30 min een ergonomische zittende houding aan te houden.
  • De Latissimus dorsi wordt, samen met de Subscapularis, de Pectoralis major en de Serratus anterior de POWER muscle bij het versnellen van de downswing (golf) genoemd.
 

112 spieren - alle informatie die je nodig hebt

Kennis die je direct in je praktijk en tijdens je consult kunt gebruiken. Illustraties waarmee je uitleg kunt geven aan je cliënt en je kunt de stretch- en zelfbehandelingsoefening gelijk doormailen naar je cliënt. Probeer het een maand gratis uit, je loopt geen enkel risico.