Flexoren van de vingers

Als deze spieren overbelast zijn kunnen ze pijn genereren in de onderarm, de pols, de hand en de vingers. Omdat de pijn vaak diep in het polsgewricht gevoeld wordt, kan de pijn lijken op het carpaal tunnel syndroom (CTS).
Korte en lange strekkers hand

De triggerpoints in deze spieren geven een pijnsensatie aan de buitenkant van de onderarm, direct onder en in de elleboog. Daarnaast op de handrug en op de rugzijde van het polsgebied.
Strekker van de wijsvinger

Triggerpoints in deze spier veroorzaken pijn op de achterzijde van de hand en in de wijsvinger.
Strekker van de middelvingers

De vingerstrekker bedient wijs-, middel-, ringvinger en de pink. In dit geval zie je de middelvinger.
Lange en de korte duimstrekker

Dit is een van de belangrijkste spieren die het polsgewricht bewegen en wordt vaak over het hoofd gezien bij klachten aan de pols en soms in de duim.
Bovenste achterste getande spier

Deze spier kan een diepe pijn onder het schouderblad veroorzaken. De pijn kan verder uitstralen naar de achterkant van de schouder, de elleboog, de pols en naar de pinkzijde van de hand. Soms worden klachten waargenomen in het borstgebied.
Lange duimbuiger

De uitstralingspijn van deze spier kan gevoeld worden in de pols, in de onderarm en in de duim(muis). Het kan lijken of de duimmuis is aangedaan en soms voelt het polsgebied aan als een verzwikte pols.
Vierkante vooroverkantelaar

Bij deze Pronator quadratus centreert de pijn zich vooral aan de binnenzijde van de pols en straalt verder uit naar de onderarm aan de pinkzijde. Verder kan de pijn uitstralen en sensaties geven in de pink, ringvinger en de middelvinger.
Achteroverkantelaar

Triggerpoints in deze spier kunnen een diepe pijn in de elleboog, de onderarm en in de duim veroorzaken. Soms gaat het gepaard met krachtverlies in de hand.